Schriftdragers in de oudheid

Uit Limes-wiki
Versie door BATO (Overleg | bijdragen) op 4 feb 2015 om 21:18

(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Ga naar: navigatie, zoeken

Schriftdragers uit de Oudheid kunnen worden gevonden bij archeologische opgravingen. Van de vele mogelijke schriftdragers zullen we hier schrijfplankjes (schrijftafeltjes) onder de loep nemen. Het komt vaak voor dat een gevonden plankje niet beschreven is of niet goed leesbaar is. In dat laatste geval zijn specialisten dringend gewenst. Al in het oude Egypte werd gebruik gemaakt van houten schriftdragers met een verdieping voor de opname van was. Ook in het oude Griekenland werden de Tabellae ceratae overal, daar waar geschreven moest worden, toegepast, zoals op scholen, in familieverband, in de rechtbanken, tijdens de handel en overal bij menselijke contacten. Afhankelijk van hun bestemming konden de plankjes verschillende vormen en afmetingen hebben. De kleine konden voor notities worden gebruikt. Voor boekhoudkundige zaken waren de schrijftafeltjes groter. Er zijn twee soorten schrijfplankjes in omloop geweest: 1. wasdragende plankjes, die met een stilus werden beschreven en 2. plankjes, die met inkt werden beschreven. Plankjes van type 1 werden in het algemeen gemaakt van naalddragende houtsoorten zoals Abies alba en Picea abies. Op school werden meestal eenbladige plankjes gebruikt. Plankjes, aan een uiteinde toelopend, werden wel als prijskaartje gebruikt. In het toelopende uiteinde was dan een gat aangebracht om een draagkoordje door te trekken. Voor andere gebruiksdoelen werden twee of meer plankjes samengevoegd. Zij worden dan een codex genoemd. Zo bestaat er een codex duplex en een codex triplex, maar er worden ook nog wel meer bladen, door middel van een koordje samengevoegd, zoals de codex quinquiplex of de codex multiplex; deze zijn ook gevonden. Vanaf de codex triplex zijn de plankjes niet alle gelijk. De buitenzijden van de beide buitenste plankjes zijn niet verdiept omdat er aan de buitenkant niet geschreven wordt. De binnenste plankjes zijn aan beide zijden verdiept. Afhankelijk van het doel waarvoor de plankjes werden gebruikt, kunnen de verdiepte delen nog verschillend zijn ingericht. De soort van het gebruikte hout werd vooral bepaald door een geschikte kliefbaarheid, een goede behandelbaarheid van het oppervlak met mes of beitel, de geschiktheid voor het aanbrengen van de omtrek van de verdieping, de mogelijkheid om de verdieping, nodig om de was op te nemen, uit te hollen en de mogelijkheid om gaten te boren in de randen van de bladen om deze door middel van een koord te kunnen samenvoegen. Voor de plankjes van type 2. , die met inkt beschreven werden, werd vooral lindehout gebruikt (Vindolanda, Hadrianuswall). Er waren soms ook andere bladdragende houtsoorten in gebruik, zoals berk, wilg en populier. Over het algemeen werden de schrijfplankjes die met inkt werden beschreven gebruikt voor notities of voor particuliere correspondentie. De houtsoorten voor dit type plankjes werden in de omgeving gekapt. Zie ook: Jaarverslag BATO (2008)